Alles over het Pensioenakkoord 2019

Pensioenakkoord tekenen

Drie maanden geleden heeft het Kabinet, de vakbonden en werkgevers het nieuwe principeakkoord gepresenteerd over de hervorming van het pensioenstelsel. Veel details zijn bekend, maar het heeft nog tijd nodig om alle details de komende tijd uit te werken. De belangrijkste actiepunten worden in dit artikel besproken.

Pensioenakkoord 2019 en de AOW-leeftijd 

In het oude pensioenstelsel was er veel commotie rondom de AOW-leeftijd. In het nieuwe pensioenakkoord 2019 kunnen we daar al wat meer over vertellen. De AOW-leeftijd blijft tot en met 2021 op 66 jaar en 4 maanden. In 2024 stijgt de AOW-leeftijd dan naar 67. Vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd met twee maanden voor iedere drie maanden stijging in de levensverwachting.

Werknemerspensioen pensioenakkoord 2019

Het is algemeen bekend dat er voor ouderen meer premie nodig is dan voor de jongeren. Wat nu het geval is dat iedere pensioenregeling een tijdsevenredige pensioenopbouw heeft. Waar een doorsnee pensioen verplicht is voor de bedrijfstakpensioenfondsen, is het nu zo dat er voor jongeren te veel doorsnee pensioen wordt betaald en voor ouderen te weinig. Vanaf het nieuwe pensioenstelsel wordt er rekening gehouden met een leeftijdsonafhankelijke premie. Jongeren krijgen dan te maken met een ander pensioenopbouw dan ouderen. De impact zal groot zijn voor de ouderen, die bijna gepensioneerd zijn.

Gemiste pensioenopbouw compensatie pensioenakkoord 2019

De premiepercentage wordt leeftijdsonafhankelijk en zal meegaan met de marktrente en de geschatte levensverwachting. De premiegrens blijft onveranderd, wat betekent dat alle contracten op basis van de pensioenambitie wordt berekend. Dat is 75% van het gemiddeld loon wat wordt opgebouwd in 40 jaar tijd (1,875% per jaar).

Kortingsregels pensioenfondsen pensioenakkoord 2019 

In het oude pensioenstelsel moet er gekort worden op het moment dat de actuele dekkingsgraad onder de 104% ligt. Bij een te lage dekkingsgraad worden de tekorten op de pensioen tijdelijk aangepast. Indien de dekkingsgraad na 5 jaar weer boven de 100% ligt, hoeft er niet gekort te worden. Als de dekkingsgraad onder de 100% blijft liggen, dan hoeft er gekort te worden tot aan 100% in plaats van 104%/105%. Kortingen worden in dit geval dus minder snel gegeven en zullen ook lager uitvallen. Wel is het zo dat er in het nieuwe pensioenstelsel sneller gekort kan worden.

Contracten worden toegankelijker worden gemaakt voor pensioenfondsen 

Pensioenfondsen krijgen soepelere regels als het gaat om de bestaande premieovereenkomst en daarbovenop het persoonlijke pensioenvermogen in de opbouwfase en (collectieve) risicoverdeling.

In het nieuwe pensioenstelsel zal ook een nieuw type contract geïntroduceerd worden. Daarin zijn de pensioenregelingen voorwaardelijk en wordt er minder op nominale zekerheid gepretendeerd. Buffers zijn verleden tijd (geen streven naar een dekkingsgraad van 100%), maar de pensioen wordt sneller gekort of omhoog bijgesteld.

Daarnaast wordt het nieuwe pensioenopbouw tegen de huidige marktrente ingekocht. Daarin worden geen beleggingsrendementen of historische data meegenomen (zoals de historische rentemiddeling).

Lifecycle systematiek beleggen pensioenakkoord 2019

In het huidige pensioenstelsel wordt er belegd volgens het lifecycle systematiek. Naarmate een werknemer ouder wordt en dus zijn pensioendatum nadert, zal het beleggingsrisico afnemen. Per leeftijd verschilt het beleggingsrendement, maar pensioenfondsen hebben nog steeds de mogelijkheid om uniform te beleggen.

In het nieuwe pensioenakkoord komt er ook een verbeterslag voor het partnerpensioen. Het begrip ‘partner’ wordt onder de loep genomen, maar ook de dekking. De hoogte en financiering van een partnerpensioen wordt opnieuw naar gekeken.

Maatregelen ondernemers pensioenakkoord 2019 

Voor (kleine) ondernemers wordt een arbeidsongeschiktheidsrisico verplicht. Een verplichte pensioenregeling waar veel discussie over was komt er niet. Volgens het pensioenakkoord 2019 krijgen ondernemers wel een betere toegang naar een pensioenfonds. Een pensioenfonds mag hen minder snel weigeren.

Een boete voor vervroegd pensioen wordt versoepeld. In de periode van 2021-2025 hoeft een werkgever maximaal €19K bruto p/jaar te betalen als de uittreding maximaal 3 jaar voor de pensioendatum is. Daarover hoeft geen extra belastingheffing betaald te worden. Voor inkomens boven deze drempel moeten werkgevers een boete betalen op elke euro.

Werknemers kunnen fiscaal maximaal 100 weken sparen om vervroegd met pensioen te gaan. Dit is in het huidig pensioenakkoord 50 weken. Ook wordt er gekeken of overwerk kan worden meegenomen om eerder te mogen stoppen met werken.

Spoedig wordt bekend gemaakt of de leden van de vakbonden akkoord zullen gaan met het pensioenakkoord. Mocht dit zo zijn, dan wordt er op zeer korte termijn nieuwe wetgeving opgesteld, zodat er tijdig gereageerd kan worden op de AOW-leeftijd. Zo voorkomen de vakbonden een bevriezing op de AOW-leeftijd en worden kortingen op het pensioen in 2020 voorkomen. Verdere invulling van het pensioenakkoord zal in 2020 gebeuren. Stuurgroepen moeten de invulling gaan uitwerken. Verdere informatie volgt hier nog over. Wel is het zo dat er goed geluisterd is naar de vakbonden over het bevriezen van de AOW-leeftijd en vervroegde pensionering voor zware beroepen. Ook is er goed rekening gehouden met de dekkingsgraad en daarmee ook de kortingen op de pensioenen.

Conclusie pensioenakkoord 2019

Ministers, vakbonden, werkgevers en de SER hebben een principeakkoord bereikt over de hervorming van het Nederlandse pensioenstelsel: een toekomstbestendig en evenwichtig pensioenstelsel. De arbeidsmarkt verandert en de afgelopen tien jaar zijn mensen steeds flexibeler geworden in hun manier van werken en leven. Het pensioenstelsel is echter in wezen hetzelfde gebleven. Met dit principeakkoord wordt de Nederlandse pensioenvoorziening gemoderniseerd en is er na lange discussies (9 jaar) nu duidelijkheid over de AOW-leeftijd.

De overeenkomst omvat:

  • Bevriezing van de AOW-leeftijd : de komende twee jaar wordt de AOW-leeftijd bevroren op 66 jaar en vier maanden. Daarna stijgt de pensioenleeftijd geleidelijk tot 67 jaar in 2024. Daarna blijft de AOW-leeftijd stijgen, maar minder snel dan de regering aanvankelijk wilde. Voor elk jaar dat de levensverwachting stijgt, zal de AOW-leeftijd met acht maanden toenemen. Werkgevers, vakbonden en de overheid gaan onderzoeken of de AOW-leeftijd in de toekomst kan worden gekoppeld aan 45 dienstjaren.
  • de mogelijkheid om vervroegd met pensioen te gaan: iedereen kan drie jaar eerder stoppen met werken. Dit is vooral aantrekkelijk voor mensen met een laag inkomen. Een uitzondering wordt gemaakt voor werknemers met een bruto jaarinkomen van maximaal EUR 19.000. Voor inkomens boven deze drempel moeten werkgevers een boete betalen op elke euro.
  • uitspraak over freelancers : het zal voor zelfstandigen gemakkelijker zijn om lid te worden van een pensioenfonds, maar het zal niet verplicht zijn. Freelancers zijn wettelijk verplicht een verzekering af te sluiten tegen ziekte. Er kan een opt-out zijn voor freelancers die laten zien dat ze voldoende reserves hebben om zichzelf te onderhouden.
  • flexibiliteit bij het opnemen van pensioen: iedereen krijgt de mogelijkheid om een ​​deel van het opgebouwde ouderdomspensioen op te nemen op de ingangsdatum van het pensioen. Dit betekent dat het mogelijk is om maximaal 10% van het pensioen af ​​te sluiten om bijvoorbeeld de hypotheek af te lossen.

Het wetgevingsproces voor de afspraken over de AOW-leeftijd voor de komende jaren zal zo snel mogelijk van start gaan, zodat die wijzigingen op 1 januari 2020 ingaan. Het nieuwe pensioenstelsel begint twee jaar later.

Wetgeving

pensioenpensioenakkoordpensioenfondspensioenopbouwPensioenstelselpensioensysteemWerknemerspensioen

Reacties zijn uitgeschakeld