Koopsompolis
Je kunt je spaargeld natuurlijk in een oude sok stoppen maar dan wordt uw geld door de inflatie alleen maar minder waard. Zelfs met een spaarrente van pakweg vier procent, maakt het geld eigenlijk pas op de plaats – na inflatie en vermogensrendementsheffing mag je blij zijn als de koopkracht van je spaargeld behouden blijft. Spaar je voor een nieuwe ijskast of wasmachine, dan is dat geen ramp, maar voor tien euro die je nu in een sok stopt, kun je tegen je zestigste misschien nog net een ijsje kopen.
Voor tien euro die je nu als koopsom stort daarentegen, kun je over dertig jaar zeker meer ijsjes kopen en die tien euro kun je nu ook nog eens van de belasting aftrekken. De (lijfrente)uitkeringen zijn straks wel belast.
Een koopsompolis is in wezen niets anders dan een levensverzekering waarbij je de premies in één keer stort – de koopsom. Na vijftien, twintig of dertig jaar ben je verplicht van het door de verzekeraar opgebouwde kapitaal een lijfrente te kopen. Vervolgens ontvang je per maand, kwartaal of jaar de belaste uitkeringen.
Kortere looptijden zijn ook mogelijk, maar dat heeft niet zo veel zin, al is het maar omdat de kosten die de verzekeraar bij aanvang in rekening brengt, kunnen oplopen tot twintig procent van het ingelegde bedrag. Bij een korte looptijd verdien je dus waarschijnlijk niet eens de kosten terug.
De meeste maatschappijen hanteren overigens minimumlooptijden van drie tot vijf jaar.
Een koopsom kopen hoeft natuurlijk niet. Sparen en beleggen voor een extra pensioen kan ook. Je hebt dan weliswaar geen hulp van de fiscus in de vorm van de aftrekmogelijkheden, maar ook geen last van alle regels die de fiscus oplegt. Bovendien kun je altijd over je geld beschikken.
Beleggen biedt echter weer geen zekerheid en een koopsompolis wel. Wie nu bijvoorbeeld 2283 gulden stort (de maximale lijfrenteaftrek), krijgt bij een looptijd van dertig jaar zo’n tienduizend gulden ‘in handen’. Dat gegarandeerde eindbedrag verschilt overigens sterk per verzekeraar.
